
Aangezien al deze sporten specifieke kenmerken bezitten, zoals onder meer de worpen en klemmen in het Judo, de stoot- en traptechnieken in het Karate, de gewapende technieken in het Kendo en de sprongtechnieken in het Taekwondo, vinden we vele variaties in hun oorspronkelijke vorm terug in de Chinese vechtsporten. Deze verscheidenheid heeft doorheen de eeuwen aanleiding gegeven tot het ontstaan van ontelbare scholen en stijlen binnen de vechtsporten in China, allemaal met hun eigen specifieke eigenschappen en technieken.
De gemeenschappelijke naam voor al deze verschillende Chinese vechtsporten is wushu. In het Westen wordt vaak de benaming kungfu gebruikt. Maar deze naam heeft in feite niets met vechtsporten te maken. Kungfu betekent immers 'vaardigheid' en kan bijgevolg voor vele dingen gebruikt worden. Wushu betekent letterlijk 'krijgskunst'.
Wushu is een eeuwenoude Chinese vechtsport met een gevarieerd aanbod, zoals o.m.: stijloefeningen met en zonder traditionele wapens (zwaard, stok, ...), zelfverdediging, Chinese leeuwendans, enz. Het is de basis van alle andere Oosterse vechtsporten. Wushu is een zeer volledige sport doordat het o.m. kracht, lenigheid, uithouding, concentratie en coördinatie verbetert.