Het verhaal situeert zich rond 2170 voor onze jaartelling in de Xia-dynastie (traditioneel 2205-1766 v.Chr.) ten tijde van de mythische zondvloed.
In dit ver verleden stond de landbouw nog in zijn kinderschoenen en daarom wilde de 'Jade Keizer in de Hemel' de boeren helpen bij het onderhouden van vee en akkers. Hij gaf bevel aan zijn tien zonen om tien zonnen te worden. Zo zouden ze elk om beurt een dag rond de aarde reizen. Maar de tien jonge mannen waren ongehoorzaam en kwamen allemaal tegelijkertijd. De hitte die daardoor ontstond, maakte de aarde ondraaglijk warm en onleefbaar. Mensen en dieren leden onder het felle licht, rivieren droogden op, de grond werd dor en de bomen verschroeiden of vatten vuur. De boeren baden om redding, ze gaven offers en brandden wierook voor de Hemel.
De Jade Keizer aanhoorde hun gebeden en hij zag de vernieling die zijn zonen hadden aangericht. Hij zond Hou Yi, zijn dapperste god, naar de aarde om de chaos op te lossen. Hou Yi was stapelverliefd op een mooie maar ijdele vrouw, Chang Er. Zij vormden het Goddelijke Koppel. Chang Er hield niet van het idee om naar de aarde af te zakken maar ze wou zich niet scheiden van haar man dus samen daalden ze af naar de aarde en ze werden sterfelijk zoals de gewone mens.
Hou Yi was een goede boogschutter en hij had zijn magische boog meegenomen. De mensen wisten dat hij vanuit de Hemel was gezonden en ze beschouwden hem als hun leider. Nadat hij het leed en de ontbering door de hitte van de tien zonnen met eigen ogen had kunnen waarnemen, ondernam hij een klimtocht naar de top van Tienshan Hemelberg en begon hij te onderhandelen met de zonnen. Hij probeerde hen ook te overtuigen van het belang van al het levende en de liefde die de Hemel daarvoor koestert. Hij vroeg hen elk op hun beurt de reis rond de aarde te maken, elk op een andere dag. Maar de tien stoutmoedige zonnen negeerden hem. Ze vonden het immers maar saai om alleen rond de aarde te reizen.
Ze versterkten hun warmte en veroorzaakten nog meer leed. Hou Yi zag maar één oplossing en hij schoot met zijn magische pijlen negen zonnen neer. De laatste zon smeekte om zijn leven en beloofde te gehoorzamen door de nacht van de dag te scheiden.
De aarde was terug in vrede en de mensen genoten van hun werk en leven. Toen Hou Yi echter wilde terugkeerde naar de Jade Keizer om verslag uit te brengen, werd hem de toegang tot de Hemel ontzegd. Omdat hij negen zonen van de keizer had gedood, mocht het Goddelijke koppel niet meer terugkeren naar de Hemel.
Als leider van vele clans had Hou Yi zijn handen vol op aarde. Hij leerde de mensen vele manieren om hun land en zichzelf te verdedigen. Hij had het zo druk met zijn taken en bevoegdheden dat hij zijn vrouw Chang Er een beetje aan haar lot overliet.. Zij voelde zich eenzaam en werd bijzonder ongelukkig. Ze was immers sterfelijk en werd geconfronteerd met menselijk leed, ouder worden en doodgaan. Ze werd onverschillig en was niet tevreden met de heldendaad van Hou Yi. Het koppel raakte vervreemd van elkaar.
Om ruzie met zijn vrouw te ontlopen, bracht Hou Yi zijn tijd door met reizen doorheen het land. Hij verrichte vele goede daden en de mensen leerden hem kennen als een echte held. Hij doodde bijvoorbeeld een gigantische slang en een negenkoppig monster. Vaak bad hij tot de Jade Keizer om hem en zijn vrouw te laten terugkeren naar de Hemel maar de Keizer negeerde zijn smeekbedes en daarom bleven Hou Yi en Chang Er gewone mensen op aarde.
Tijdens één van zijn reizen ontmoette hij een mooie onsterfelijke vrouw Mi Fei. Zij was de vrouw van Feng Yee, de God van het Water, die bekend stond als een verleider en zijn eigen vrouw negeerde. Mi Fei en Hou Yi voelden zich beiden eenzaam, ze werden vrienden en later ook geliefden. In legenden blijft zoiets nooit ongestraft! Wanneer Feng Yee het ontrouw van zijn vrouw ontdekte, werd hij zo kwaad dat hij zichzelf in een witte draak transformeerde die door het woelen van het water, vele akkers verwoeste en mensen om het leven bracht. Toen Hou Yi de draak zag, dacht hij dat het een gemeen zeemonster was dat leed veroorzaakte en schoot een pijl in het oog van Feng Yee.
De God van het Water ging klagen bij de Jade Keizer, waarop deze Hou Yi onmiddellijk naar Chang Er zond. Mi Fei mocht hij nooit meer terugzien. Chang Er was woedend en verdrietig voor zijn ontrouw. Hou Yi probeerde zijn vrouw te kalmeren door te zeggen dat tranen haar huid snel zouden verouderen nu ze sterfelijk is. Chang Er keek naar haar reflectie in het water, en ze eiste van Hou Yi een middel om haar onsterfelijkheid terug te herstellen. Hou Yi was radeloos en durfde niet thuis te blijven maar hij kon ook niet terug naar Mi Fei volgens de beslissing van de Jade Keizer. Hij begon meer en meer te drinken en hij werd agressiever tegenover het volk. Feng Meng en Han Cho, twee opportunistische mannen, vertelden hem dat de Koninklijke Godin op de berg Kunlun woonde en een onsterfelijkheidspil bezat.
Hou Yi wou de vrede thuis herstellen en hij besloot de tocht naar de Kunlun berg te ondernemen om de Koninklijke Godin te vragen naar een onsterfelijkheidspil. De Godin had medelijden en ze gaf hem haar laatste pil. Ze lichtte Hou Yi in over de werking: "als slechts één persoon de pil inneemt dan zal die opstijgen naar de Hemel, als de pil in twee wordt verdeeld en gedeeld met iemand anders, dan leven beide voor altijd. De pil moet ingenomen worden op de 15e nacht van de achtste maan wanneer de maan het helderst is." Hou Yi bedankte de Koninklijke Godin uitbundig voor haar geschenk. Terug thuis gekomen bij Chang Er, besloot hij de pil te verdelen om samen op het juiste moment terug onsterfelijk te worden.
Drie dagen voor de 15e dag van de achtste maand hoorde Hou Yi over een medische oplossing genaamd ‘jade elixir’dat te vinden is op de Tienshan Hemelberg. Het is een elixir dat voorkomt dat vrouwen er ouder gaan uitzien. Hou Yi wou Chang Er daarmee verassen en hij ondernam meteen de reis van drie dagen naar de Hemelberg.
Op de 15e dag van de achtste maand kon Chang Er haar man nergens vinden. Ze wachtte, werd ongeduldig en zocht Feng Meng op om te vragen waar haar man was. Feng Meng loog en vertelde Chang Er dat Hou Yi Mi Fei was gaan opzoeken. Chang Er geloofde hem en ze werd kwaad op haar ontrouwe echtgenoot. Toen de maan oprees, zat Chang Er in de tuin, opkijkend naar de hemel en terugdenkend aan het geluk en het tevreden leven van onsterfelijken. Ze dacht ook aan het leed en de ontberingen op aarde. Ze was verward en vol van emoties. Denkend dat Hou Yi haar had verlaten, slikte ze in één keer de hele pil in en meteen voelde ze haar lichaam lichter worden, opstijgend in de lucht. Op dat moment kwam Hou Yi terug met het jade elixir en hij zag Chang Er sneller en sneller zweven.
De goden en godinnen in de hemel verachtten Chang Er omdat ze haar man in de steek had gelaten. Ze moest haar richting veranderen naar het koude paleis op de maan. Hou Yi zag haar van op aarde en hij nam zijn magische boog om de maan neer te schieten. Hij richtte zijn pijlen maar hij kon het niet aan om zijn eigen vrouw te doden. Gefrustreerd en droevig vernietigde hij zijn magische wapens en begon weer te drinken. De vijand van Hou Yi, Feng Meng zag dit allemaal gebeuren en hij wachtte af tot Hou Yi helemaal dronken was, waarna hij hem aanviel en hem doodde. Toen Chang Er in het koude paleis aankwam en zag hoe haar man werd gedood, betreurde ze haar daden. Ze was verwijderd van het gelukkige leven in de hemel en verdoemd tot de eeuwigheid alleen op de maan. Ze werd de maangodin en men probeert elk jaar op de 15e dag van de achtste maan een glimp van haar op te vangen.
Sommigen beweren dat er nog hoop bestaat voor het Goddelijke Koppel want er wordt gezegd dat Chang Er als keizerin van het maanrijk en Hou Yi als heerser van het zonnerijk elkaar iedere maand nog ontmoeten bij volle maan. Bij de helderste maneschijn komen deze yin en yang principes terug samen.
Eén van de legendes of mythes die eveneens met het Maanfeest verbonden is, is die van het konijn van groene jade (edelsteen) dat op de maan in een paleis zou wonen. Overal ter wereld zijn sprookjes over zo’n konijn ontstaan aangezien bij heldere maan een konijn te herkennen is. Vandaar dat kinderen bij traditioneel ingestelde Chinezen ook vaak een speelgoedkonijn van stof, hout of keramiek krijgen tijdens het maanfeest.
In de Chinese mythologie is het konijn met de korte staart één van de sympathiekste 'maanpersonages'. Onder enkele Kassiabomen (familie van Kaneel) maakt hij het elixir van het eeuwige leven met een mortier en een stamper. Hij krijgt de eer om op de maan te leven omwille van zijn ontzag en eerbied voor Boeddha; volgens een oud Boeddhistisch verhaal kregen de grote en kleine dieren van het bos de opdracht om een offer van eten en drinken te brengen aan Boeddha. Elk dier ging op zoek naar het beste dat ze konden vinden of vangen. Het konijn was beschaamd want hij kon alleen maar kruiden en gras bieden. Toen hij het kookvuur zag, sprong hij in de vlammen en zo bracht hij uiteindelijk het beste offer: zichzelf.
De houthakker Wu Gang wou onsterfelijk worden maar hij is door de Jade Keizer gedoemd tot het omhakken van een Kassiaboom die steeds terug aangroeit.
Toen later de stilte van de nacht was ingetreden en alle anderen naar binnen waren gegaan om te slapen, was op de binnenplaats alleen Yao Liujie overgebleven die zo moe was dat haar ogen voortdurend dichtvielen. Maar ze probeerde ze hardnekkig open te houden en terwijl ze een liedje neuriede liet ze onophoudelijk haar spinnewiel snorren. Zonder dat ze er erg in had, sukkelde ze toch in slaap zodat haar hoofd op het spinnewiel viel. Toen ze daardoor wakker schrok, zag ze aan de stand van de hemel dat het al bijna de vierde wake was! En toen ze naar haar katoen keek zag ze dat ze nog tweeëneenhalf pond had! "Verschrikkelijk!”, dacht ze, “Vannacht mag ik onder geen voorwaarde meer in slaap vallen." Yao Liujie werd van al dat gepieker heel bedroefd en tranen druppelden uit haar ogen.
Opeens hoorde ze de wind aan de hemel opsteken en toen ze omhoog keek kwam uit de maan een drakenboot naar buiten, die zwevend voort geroeid werd door de lucht en op haar toekwam. De boot zat vol met oude onsterfelijken, elk van hen had een babygezicht en witte haren, terwijl boven hun hoofd bonte wolken dreven. Yao Liujie was bang dat haar ogen haar bedrogen en haastig wreef ze goed haar ogen uit om nog eens te kijken. De onsterfelijken schaterden van plezier, wuifden en riepen naar haar. Het leek wel alsof ze haar wilden zeggen het spinnewiel naar binnen te dragen en snel te gaan slapen. Maar Yao Liujie dacht: Ik ben nog niet klaar met het spinnen van mijn katoen en ik ben het die morgenochtend een pak slaag krijgt! En met gebogen hoofd bleef ze spinnen, zonder verder nog een blik te werpen op de drakenboot.
Ze werd niet meer geroepen, de maan was verduisterd, en de wind begon harder, steeds harder te waaien. Toen ze opnieuw opkeek waren de onsterfelijken opeens veranderd in de Hellekoning en zijn duivels en ze schrok zo dat ze als een schicht haar spinnewiel opnam en naar binnen vluchtte. De hele nacht kon Yao Liujie van schrik en angst niet slapen en de volgende dag was ze ziek. Zodra haar schoonmoeder was opgestaan en had gezien dat nog niet alle katoen, was gesponnen, sleurde ze zonder om uitleg te vragen haar schoondochter overeind om haar links en rechts een oorveeg te verkopen. Vervolgens holde ze naar de woonkamer om het spinnewiel te halen en voor haar bed te zetten maar ze kreeg het spinnewiel niet van zijn plaats. Ze zag dat de kamer schitterde in het schijnsel van puur goud! Want de drakenboot was een schat uit het Maanpaleis, die ieder jaar in de nacht van het Midherfstfeest éénmaal verschijnt. Wanneer iemand hem ziet en op dat moment iets naar binnen brengt, dan verandert dat, wat het ook is, in goud. Toen de schoonmoeder besefte dat haar schoondochter zo iemand was, behandelde ze haar voortaan beter. Vanaf die tijd is het in die streek een gebruik dat men op het Midherfstfeest tot de vierde wake moet genieten van de maan. Maar niet iedereen, zeggen de oude mensen, kan deze boot zomaar zien - alleen de allerijverigsten!